UP

Anneke Jelsma

ajelsma@planet.nl

06 25 09 36 83

werkgebied Noord Nederland

Marijke Spanjersberg

marijke.spanjersberg@icloud.com

06 55 72 59 50

werkgebied Randstad en Midden Nederland

Contactformulier

© Website gemaakt door Wisemice.nl   

Wie

De voorkant van ons CV

 

Drs. Anneke Jelsma (1952), psycholoog

 

 

Fascinatie: Brein en gedrag

Ons brein is ons belangrijkste orgaan als het gaat om overleven. Ons gedrag is gericht op overleven en voortplanten. Daar horen oeroude routines bij. Ons gedrag is vooral emotie-gestuurd. De verstandige gedachten komen meestal pas achteraf. Daarom hebben overtuigen en argumenteren vaak maar beperkte invloed op het veranderen van gedrag. Je weet dat iets niet werkt, maar toch doe je het elke keer weer.

Leren en experimenteren doet een mens als de omgeving veilig is, als het prettig voelt, en het nieuwe gedrag niet te ingewikkeld is.

  • LinkedIn App Icon
  • LinkedIn App Icon

Dr. Marijke Spanjersberg (1958), psycholoog

 

Fascinatie: Systeemdenken 

Systeemdenken is een integrerende discipline, een manier van kijken naar delen en gehelen, naar toevalligheden en patronen, naar verstoring en herstel van evenwicht. De inzichten van het systeemdenken helpen om vanuit verschillende gezichtspunten naar een vraagstuk te kijken, om patronen bloot te leggen en om met kleine, gerichte interventies beweging te krijgen in dat wat vast zit. 

De achterkant van ons CV

 

De voorkant van ons CV spreekt voor zich. Maar waar een voorkant is, is ook een achterkant.

En die achterkant gaat over de niet zo maakbare kant van het leven, de toevalligheden die het leven soms in positieve en soms in negatieve zin beïnvloeden. Die achterkant speelt net zo goed een rol in ons werk als de voorkant.

 

 

De achterkant van het CV van Anneke

 

De oudste dochter die al vroeg verantwoordelijkheid en zorg op zich neemt. Die daardoor getraind raakt in problemen oplossen, bemiddelen, observeren en interpreteren.

Dol op lezen en sporten. Veel buiten spelen, ondeugend, nieuwsgierig en actief. Een meester op de lagere school die er voor zorgt dat wel 15 kinderen uit de klas naar de HBS gaan. Dat was anders niet gebeurd. Ik kom uit een straat en een dorp waar kinderen naar het lager of middelbaar beroepsonderwijs gaan. Deze meester is een held. Hij gaat bij alle gezinnen op bezoek en krijgt voor elkaar dat we toelatingsexamen gaan doen. Bijna alle kinderen slagen en gaan naar Drachten, naar de HBS. Dat is elke dag 16 km fietsen heen en ook weer terug.

Mijn beste vriendin, al sinds de kleuterschool en nu nog steeds, heeft ouders die gestudeerd hebben, en daarom is het vanzelfsprekend dat ze gymnasium doet en daarna naar de universiteit gaat.  Omdat ik ga waar zij gaat, doe ik dat dus ook. Na de brugklas zegt mijn vader een beetje verdrietig maar ook trots: “nu kan ik je niet meer helpen want nu leer je dingen waar ik niks vanaf weet”.

Eigenlijk wilde ik dansen en ballerina worden.  Maar de dansschool was te ver weg. Toen besloot ik dat ik Albert Schweitzer wilde worden en daarna kinderrechter. Mijn omgeving vond advocaat beter bij me passen: niet op haar mondje gevallen en soms akelig scherp.

Ik werd psycholoog, en later moeder. Moeder zijn is voor mij heel belangrijk. Zonder mijn kinderen, en sinds kort kleinkind,  kan ik me mijn leven niet voorstellen.

 

Dus: leren, bewegen, veranderen, me inzetten voor een betere wereld en vooral voor kinderen, niet bang zijn voor verantwoordelijkheid, nogal scherp en heel praktisch als het gaat om problemen oplossen in de dagelijkse werkelijkheid. Dat is het wel zo’n beetje.

 

 

De achterkant van het het CV van Marijke

 

Net als Anneke de oudste dochter en net als zij van jongs af aan getraind in zorgzaam zijn en vrede stichten. Een creatief kind dat boeken verslond, verhaaltjes en gedichtjes schreef, tekenwedstrijden won en eindeloos zat te knutselen met wat in en om huis voorradig was. Muzikaal, met een haat-liefdeverhouding tot de piano. Later kwam daar de viool voor in de plaats: warmer, emotioneler en nog weerbarstiger dan de piano. Die liefde is nooit meer overgegaan, al blijf ik een levenslange beginner. En juist daarin schuilt voor mij iets waardevols en troostrijks. Schreef Benedictus niet zijn Levensregels voor beginners - en schreef hij er nooit een voor gevorderden - omdat wij levenslang beginners blijven[1]?

Ik ben vanaf mijn elfde jaar vegetarisch, toen niemand in mijn omgeving dat nog was. Tijdens mijn studentenjaren heb ik ook de maatschappelijke variant verkend. Ik was een tijdje actief in de vredesbeweging en Wakker Dier en stond ooit op het Binnenhof met kerst te zingen: ‘Hoe lijdt dit kippetje hier in de kou’. Uiteindelijk bleken groepen, partijen en organisaties niets voor mij. Ik voel me meer op mijn gemak in een rol als betrokken buitenstaander dan als groepslid of medewerker.

Het protestants-christelijk milieu waarin in opgroeide werd de voedingsbodem voor mijn toekomstdroom: ik wilde dominee of ontwikkelingswerker worden. En dat had niet veel gescheeld. In de keuze tussen theologie en psychologie werd het uiteindelijk toch het laatste, omdat ‘het moeten uitleggen hoe het zit’ me als achttienjarige benauwde. Dan liever de vrijheid van het mogen onderzoeken. In mijn eerste baan werd ik officieel onderzoeker op een thema dat, achteruit kijkend, een levenslange fascinatie blijkt te zijn: conflict en vrede. Zelf gevoelig voor de pijn van het conflict, wil ik daar waar het schuurt en scheurt, al knutselend met alles wat er is, herstellen. Inmiddels weet ik dat niet alles te herstellen is. Ik weet wat het is om een groot verlies te lijden en ik weet wat veerkracht is. Die ervaring draag ik met me mee, ook in mijn werk.

 

Gelukkig met al het moois dat het leven me heeft gebracht, in liefde, moederschap en vriendschap. Altijd zoekende en weer opnieuw beginnen. Nog steeds dol op lezen, knutselen, verhalen vertellen en schrijven. En telkens met volle overgave aan het werk om dat wat niet meer werkt te repareren.

 

[1] Wil Derkse, Een levensregel voor beginners. Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven, 2003.

 

 

Onze beeldtaal of hoe wij (kijken naar) veranderen

 

We werkten al heel lang samen, ieder vanuit ons eigen bureau met ieder ons eigen beeldmerk. Toen we hadden besloten dat we samen verder zouden gaan, bleken we allebei tot onze verrassing zeer gehecht aan ons eigen logo. Anneke had zich al jaren lang verbonden aan ‘haar Trigram’ uit de I Tjing: ‘het zachtmoedige, de wind’. De toelichtende tekst verwoordt treffend waar zij in gelooft en hoe zij werkt.

 

 

Wat het is:

Indringend, zich langzaam maar zeker verspreiden, klein maar machtig, beweegt op subtiele wijze om obstakels heen, wind, hout, bevelen, aandringen, organische groei, een richtlijn, langzaam vorm aannemend.

 

Hoe het werkt:

Geeft geleidelijke en onopvallende effecten met een duurzame invloed, de indringende werking berust op aanhoudende kwaliteit, lost starheid op, waait wolken en mist uiteen, brengt intriges aan het licht, past zich aan omstandigheden aan.

 

Hoe het eruit ziet:

Is alleen aan zijn effect te herkennen, is onzichtbaar, langzame groei.

 

(Overgenomen uit:

Handboek I Tjing van Han Boering 1994)

Marijke was verknocht aan ‘haar eendkonijn’. Voor haar staat dit beeldmerk voor meervoudig kijken en creativiteit, twee pijlers van haar manier van werken. Een werkwijze die gekenmerkt wordt door het samen zoeken naar antwoorden op ‘eendkonijn-vragen’ zoals: kun je anders kijken en wat levert dat op aan nieuwe inzichten, hoe kom je tot een nieuw perspectief en hoe kun je verschillende perspectieven samen brengen tot iets nieuws dat verrassend goed werkt? 

 

We wilden een nieuwe beeldtaal waarin beide beelden besloten liggen en waarin tegelijkertijd iets nieuws zichtbaar wordt. Kortom, een verandervraag van het type: hoe blijft ‘het doorgestreepte te lezen’, zonder dat het de vernieuwingbelemmert? 

Onze ontwerper stuurde ons zijn gedachtenspinsels in antwoord op onze vraag:

“Ik dacht eerst aan het verdubbelen van het trigram nu jullie samen gaan, een beeld waar dan vervolgens allerlei uitsnedes uit te maken zijn, om zo als het ware de eendkonijnse meervoudigheid te kunnen verbeelden. Het lijnenspel bleef echter te steriel en te strak. Het paste niet bij jullie. Toen bedacht ik me dat jullie altijd zitten te droedelen in hoekjes van papieren velletjes. Een soort bezigheidstherapie, maar ook een creatief zoeken naar steeds weer andere patronen. Het is gedachteloos en toch ook weer niet. Dit droedelen heeft de gelaagdheid en de beweeglijkheid die zowel in het trigram als in het eendkonijn zit. Is zo’n droedel te vertalen naar jullie beeldtaal? Een dynamische beeldtaal die zachtmoedig als de wind constant in beweging is. Nooit af, altijd zoekende en altijd te verbeteren”. En wij reageerden vrolijk paradoxaal: “klaar met zoeken, niks meer aan doen, dit is helemaal goed zo”.